Herbert Foundation

De Collectie Herbert spitst zich toe op de internationale avant-garde tussen 1968 en 1989. Beide data markeren het kader waarin de Verzameling zich ideologisch situeert en representeren een maatschappelijk kantelmoment :
de studentenopstand van 1968 als symbool voor het geloof in een maakbare wereld en de val van de Berlijnse muur in 1989 als het einde hiervan.

In 1973 vangt de Collectie aan met 64 Lead Square van Carl Andre (1969), maar de wortels gaan terug tot de Verzameling Tony Herbert (1902 – 1959), de vader van Anton Herbert. Tony Herbert behoort tot de belangrijkste verzamelaars van het Vlaams expressionisme en zijn omvangrijke collectie omvatte werk van Constant Permeke, Gust De Smet, Jean Brusselmans, Edgard Tytgat, Rik Wouters en Frits Van den Berghe.

Hoewel zich voor Annick en Anton Herbert na het overlijden van Tony Herbert de mogelijkheid voordeed om deze verzameling verder te zetten, bleek dit niet de richting die gevolgd zou worden. Een belangrijke invloed hierin was Fernand Spillemaeckers die hen in contact bracht met de artistieke avant-garde die hij met Galerie MTL vertegenwoordigde.

Carl Andre / Robert Ryman / Donald Judd

De kunstenaars, op wiens werk de Herberts zich sinds de aanvang van hun Verzameling richten, hebben gemeen dat ze de traditionele definitie van het kunstwerk, het kunstenaarschap en de kunstwereld kritisch in vraag stellen. Naast Carl Andre behoren hiertoe onder andere Sol LeWitt, On Kawara, Lawrence Weiner, Marcel Broodthaers, Gilbert & George, Mario Merz, Art & Language, Giulio Paolini, Robert Barry, Gerhard Richter en Bruce Nauman.

Vanaf de jaren 1980 brengen de maatschappelijke veranderingen een koerswijziging in de Collectie teweeg. Naast minimal, concept art en arte povera wordt er nu ook gekozen voor een jongere generatie met onder meer Thomas Schütte, Franz West, Jan Vercruysse, Martin Kippenberger en Mike Kelley.
De kritische geest die uitgaat van het werk van deze kunstenaars betekent een duidelijke voortzetting van het engagement dat de Collectie in de jaren zeventig aanging.

Martin Kippenberger / Mike Kelley

De werken en gesprekken met de kunstenaars die de Herberts volgen, vormen de achtergrond voor een subjectieve reflectie over kunst en maatschappij. Het geeft eveneens de afbakening van de Collectie weer : gericht op Westerse kunstenaars vertegenwoordigt ze de generatie van de verzamelaars zelf alsook de generatie ervoor en erna.