Annick en Anton Herbert, Documenta 5, 1972 (Ben Vautier, Kunst ist übertflüssig)

“We konden niet ‘niet’ verzamelen. Interesse in hedendaagse kunst en verzamelen is voor ons steeds een door elkaar lopend proces geweest.”
 

Eind 1972 markeert de aankoop van Carl Andre’s 64 Lead Square (1969) het startpunt van de Verzameling van Anton en Annick Herbert. Tijdens de hierop volgende 30 jaar leggen ze zich met hun Collectie en Archief toe op een vijftigtal internationale kunstenaars. De drie decennia die de Collectie overkoepelen, worden gekenmerkt door ingrijpende maatschappelijke verschuivingen. Na de jaren 1960 en 1970, waarbij de studentenopstand van mei 1968 een utopische wereldvisie weerspiegelt, vormt de val van de Berlijnse muur in 1989 een historische breuklijn. De Verzameling focust bewust op West-Europese en Noord-Amerikaanse kunstenaars die behoren tot de Concept beweging, Minimal Art, Arte Povera, Land Art en de jaren 1980 – 1990. Hierbij wordt geen kunsthistorisch overzicht nagestreefd, maar het samenbrengen van kwalitatieve ensembles met sleutelwerken.
 

“For us, it was more important to be part of a group that wanted new situations in the art world and beyond. 1968 brought about huge mental, cultural and political changes. Collecting this group of artists was not about possession of the works, but an appropriate way of participating in a social structure. If we wanted to take part, we had to become fully engaged in both the intellectual and material aspects. We collected because we wanted and needed these works of art around us, like books, and our involvement was intensive”

 
Binnen de groep kunstenaars die deel uitmaken van de Verzameling kunnen twee generaties onderscheiden worden. Tot de eerste behoren kunstenaars als Marcel Broodthaers, Bruce Nauman, Daniel Buren, Carl Andre, Sol LeWitt, Donald Judd, Gilbert & George, Gerhard Richter, Dan Graham, Jan Dibbets, Luciano Fabro en Mario Merz. De tweede generatie, die vanaf de jaren 1980 deel gaat uitmaken van de Collectie, omvat onder meer Thomas Schütte, Reinhard Mucha, Jan Vercruysse, Franz West, Mike Kelley, Martin Kippenberger en Heimo Zobernig. Door beide generaties samen te brengen, vormt de Verzameling een subjectief tijdsdocument dat zowel hun tegenstellingen als raakvlakken belicht.
 

Groepsfoto op de opening van ‘Many Colored Objects…’, Casino Luxembourg, 2000

“It was the culmination of a discussion, after a long preparation. It was a whole ritual. You had to be in perfect harmony with the artist. You had to know him and have at least three serious discussions with him to see if it held water or not.”

 
Aan de basis van de Collectie ligt het persoonlijk contact met de kunstenaar. De gesprekken en discussies die hieruit voortvloeien, versterken voor de Herberts hun voeling met de eigen generatie en de hen omringende maatschappij. Deze manier van verzamelen delen ze met Tony Herbert (1902 – 1959), Anton’s vader, die een belangrijke verzameling Vlaams Expressionisme samenstelde. Ook met het netwerk dat de kunstenaars omringt, onderhouden de Herberts nauwe contacten. Samen met gelijkgezinde musea, galerieën, curatoren, critici en verzamelaars maken ze deel uit van een internationale familie. Tot hen behoren figuren als Fernand Spillemaeckers, Konrad Fischer, Rudi Fuchs, Nicholas Logsdail, Germano Celant, Lynda Morris, Herman Daled, Giuseppe Panza di Biumo, Peter Pakesch, Gisela Capitain en Eva Badura-Triska.

In lijn met de Verzameling wordt doorheen de jaren een omvangrijk omkaderend Archief uitgebouwd. Het bevat een verscheidenheid aan documenten: brieven, tekeningen, edities, kunstenaarsboeken, tentoonstellingscatalogi en publicaties, tijdschriften, uitnodigingskaarten, posters, foto’s, audio en video.

Omstreeks 2006 werd beslist om de Verzameling af te ronden en geen nieuwe kunstenaars meer op te nemen. Het bestaande ensemble werd vanaf dan uitgediept aan de hand van het Archief.
 

(Foto: Yuri van der Hoeven)

Vanaf 2008 werd de Collectie en het Archief in verschillende fasen in Herbert Foundation ondergebracht waarna in 2011 werd aangevangen met de bouw en renovatie van de ontvangst- en tentoonstellingsruimte aan de Coupure in Gent.

Op 20 juni 2013 opende de Stichting haar deuren voor bezoekers met de tentoonstelling As if it Could.

De werking van Herbert Foundation focust zich vandaag op het verder ontsluiten van de Verzameling en het Archief aan de hand van tijdelijke tentoonstellingen en evenementen (zoals Master Classes, lezingen en rondleidingen). Het Archief wordt nog steeds aangevuld en zal worden ondergebracht in een structuur die raadpleging en onderzoek op een actieve wijze mogelijk zal maken.
 

Gevel loods Coupure, 2013 (Foto: Philippe De Gobert)